Contact | Route | Zoeken | WS-Login | Login

   
 
   

Wedstrijden

Mastercompetitie foto's

G&E circuit uitslagen


CD Competitie 2013 - Wedstrijd 3,
za 22 juni, 09:00 uur, Jeugd

BOMkamp,
vr 28 juni tot zo 30 juni, 09:00 uur, BOM

CD Competitie 2013 - Finale,
za 14 sept, 09:00 uur, Jeugd

Clubkampioenschappen,
za 28 sept, 09:00 uur, Alle_categorieen

Ouder-pupiltraining,
za 05 okt, 16:00 uur, Jeugd

Home Jeugdatletiek Trainingen

Trainingen

Trainen, het hele jaar door!

In de zomer wordt er voornamelijk op de baan getraind. De veelzijdigheid van atletiek komt goed tot zijn recht in de verschillende trainingen. De jeugd bekwaamt zich in de diverse atletiek onderdelen zoals lopen, werpen en springen. Naast de specifieke trainingen is er veel aandacht voor ontspanning en gezelligheid.

De herfst en winterperiode wordt op zaterdagochtend in het bos doorgebracht. De sfeer, beschutting, uitdaging en veelzijdigheid van het bos zorgen voor perfecte omstandigheden om lekker met elkaar in beweging te zijn. Het accent ligt in de winter iets meer op het lopen en de motorische ontwikkeling. Een onderdeel zoals de cross is een echte winteractiviteit waar de jeugd veel plezier aan beleefd.

 

Wat je moet weten voor de Training

Atletiek is een sport waar je niet direct veel voor nodig hebt. Met een paar goede schoenen en sportkleding kom je al een heel eind. Uiteraard is een trainingspak in de winter geen luxe. Kleed je ook niet te warm, meerder dunne lagen zijn beter en dan kun je altijd nog wat uit trekken. Zorg in de winter voor een jas en wat te drinken voor na afloop van de training, dit kun je altijd bij één van de trainers achter in de auto leggen.

Zorg dat je op tijd bent voor de training. Zeker in het bos is de groep soms moeilijk te vinden en het is vervelend als je een deel mist. Kun je niet deelnemen aan een training? Meld je dan af bij je trainer zodat hij of zij weet op hoeveel atleten kan worden gerekend.

 

Welke onderdelen trainen we?

 

LOPEN

Lopen is een van de meest basic onderdelen in de atletiek. Over de hele wereld is men bekend met dit onderdeel van de atletiek en de historie van het lopen is bijna zo oud als de mens zelf. Het is ook het lopen dat de basis vormt voor veel andere sporten. De atletiek dankt mede hieraan haar complimenteuze titel 'moeder aller sporten'. Tijdens de wereldkampioenschappen in Berlijn (2009) stonden er maar liefst 29 loopnummers op het programma: kort, lang, met of zonder hindernissen. Voor elk onderdeel wordt in verschillende mate een beroep gedaan op kracht, snelheid, explosiviteit, souplesse, uithoudingsvermogen en technische vaardigheden van de atleet. Binnen de looponderdelen op de baan kan een onderscheid worden aangebracht in sprinten, midden afstand, lange afstand, estafette en hordenlopen.

Sprint:sprint

Sprinters moeten beschikken over een stuk explosiviteit om vanuit stilstand in een startblok zo snel mogelijk op volle snelheid te komen. Die snelheid moeten zij gedurende de race weten vast te houden. De 100m voor volwassenen is het meest aansprekende looponderdeel. De korte duur van het onderdeel, de persoonlijkheden en de snelheid van de atleten maken dit onderdeel favoriet bij het publiek.

Midden afstand:

Midden afstandlopers combineren uithoudingsvermogen met een hoge snelheid, taaiheid en kracht. Omdat de atleten niet in een eigen baan lopen is de uitgangspositie in de eindfase van de wedstrijd van groot belang voor de overwinning. Een goede midden afstandloper moet dus ook slim en tactisch zijn.

Lange afstand:

Lange afstandlopers hebben vooral een bijzonder groot uithoudingsvermogen nodig, gecombineerd met een goede technische loopstijl, en om te winnen - een goede strategie. De lange afstandlopers leggen de rondjes slechts een paar seconden langzamer af dan de sprinters maar weten dit wel veel langer vol te houden. Ook in de voorbereidende training van een lange afstand worden heel wat kilometers afgelegd.

Estafette:estafette

De estafette is het teamonderdeel binnen de atletiek. Vaak worden de estafettes aan het eind van een kampioenschap gehouden en vormt dit een van de hoogtepunten voor een atletiekploeg. Naast hun snelle race moeten de atleten op volle snelheid een estafettestokje kunnen doorgeven binnen een vastgesteld wisselvak. Een estafetteploeg op de baan bestaat uit vier personen.

Hordenlopen:

Het hordelopen is een onderdeel waarbij gelopen moet worden over een parcours waarbij op regelmatige afstanden hindernissen zijn geplaatst, de zogenaamde 'horden'. De horden zijn maximaal 1,2 meter breed en zo gebouwd dat ze bij een druk groter dan 3,6 kg omkantelen. Wanneer een atleet over een horde springt, mag zijn/haar voet niet naast de horde bewegen. De atleet mag wel elke horde omver lopen, dit levert tenslotte geen tijdwinst op. Het bijzondere aan hordenlopen is de combinatie tussen sprongkracht, snelheid en ritme.

 

SPRINGEN

Verspringen:verspringen

Verspringen is een atletiekonderdeel met weinig hulpmiddelen; een aanloop, de afzetbalk en de zandbak. De basisprincipes; loop zo hard als je kunt en zet deze snelheid met een explosieve afzet om in een vlucht door de lucht. Verspringers zijn op de atletiekbanen vaak de snelste en meest explosieve atleten. Een combinatie met de sprintonderdelen komt dan ook vaak voor. Met wereldrecords van bijna 9 meter bij de mannen en tegen de 8 meter bij de vrouwen kun je bijna spreken van de vliegende atleten.

Hoogspringen:

Er zijn de afgelopen eeuwen veel verschillende technieken gebruikt om over de hoogspringlat te springen: de schaar, voeten eerst, de western role en de straddle. De flop, een sprong waarmee je rugwaarts over de lat springt, werd geïntroduceerd in 1968, tegelijk met de introductie van een landingsmat. Deze techniek wordt eigenlijk sinds 1978 door alle top-hoogspringers gebruikt.

 

WERPEN

Kogelstoten:kogelstoten

Kogelstoters staan in hun uitgangspositie met hun rug naar de werprichting. Ze maken een aanglijbeweging binnen de cirkel of gebruiken (steeds vaker) een draaitechniek om vervolgens de kogel vanuit hun nek weg te stoten. De sterkste stoters weten de ruim 7,25kg wegende kogel over een afstand van 23 meter te stoten. Van oorsprong, in de 19e eeuw werd en vierkant gewicht gebruikt.

Speerwerpen:

Bij het onderdeel speerwerpen wordt een aanloopstrook gebruikt om snelheid te ontwikkelen voordat de speer bovenhands wordt weggeworpen.

Discuswerpen:

De discuswerper is wijd bekend als het symbool van de oude Griekse spelen, zo'n 708 jaar voor Christus. Het is nog een hele kunst om de ufo-gevormde discus op de juiste manier weg te werpen na anderhalve draai in de discusring. Techniek, kracht en een goede controle over het lichaam zijn voorwaarden om in dit onderdeel uit te blinken.

(Afbeeldingen van: http://www.sportunterricht.de/animation/index.html)